Na zijn val, waar hij toch wel last van had, had Ton alle
Castaneda boeken weggedaan. Die val had ook wel
iets daarvan weg. Alsof hij had kunnen vliegen.
De smak was nogal hard aangekomen. Kapotte neus en
pijnlijke ribbenkast. Hij was dan maar Ulysses gaan lezen,
dat had in Dublin of misschien wel in Triëst gespeeld
met al die wijken en die baasjes. Hij was op het idee gekomen
om de Lange Hezelstraat eens onder de loep te nemen.
De slager en de drogist waren de belangrijkste verdachten.
Café de Beurs, wat was er nog over van de rosse buurt?
Een paar verlichte ramen en een afwerkplek langs
het spoor.
Daar bleef hij maar uit de buurt.
Muziek die hij hoorde, een quiz op tv, een gesprek bij
de kaasboer. En het ging allemaal over hem.
Toen hij in de bibliotheek tijdschriften zat
te lezen, kwam een vent naast hem zitten
die sprekend op Blinken leek en toen hij het tijdschrift
terug wilde leggen, ging er een op Zelensky lijkende
man op zijn voet staan.
Ja, dacht Bas, het is echt uit met Corry en
was nog eens naar de Hatertseveldweg gegaan.
Maar alleen Ad was thuis, Corry en Norma waren
naar salsa dansen. En, vertelde Ad, ik denk dat
Corry iets heeft met een van die salsa dansers.
Godverdekut dacht Bas.
Ad had wel in de gaten waar Bas voor kwam,
maar eigenlijk vond hij Corry veel aantrekkelijker
dan Norma, dus plaagde hij Bas maar een beetje
Zou ze op Bas vallen? Ze zou het zelf zo niet verwoorden
maar had over 'knuffel' of erger 'broertje' kunnen beginnen.
Zo dacht Ad: Bas is gewoon kleiner dan Corry
en zij ziet zich niet naast haar kleinere man lopen.
Ad was iets kleiner dan Norma, maar iets groter
dan Corry.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten